ECLI:NL:RVS:2001:AA9700
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering uitwegvergunning voor garagegebruik
Appellant had bij burgemeester en wethouders van 's-Gravenzande een vergunning aangevraagd voor het maken van een uitweg vanaf zijn perceel om de nog te bouwen garage in de achtertuin te bereiken. Deze vergunning werd geweigerd met als belangrijkste reden dat de aanleg van de uitweg ten koste zou gaan van een parkeerplaats, wat onwenselijk werd geacht vanwege de parkeerbehoefte ter plaatse.
Hoewel appellant eerder een bouwvergunning had gekregen voor de garage, oordeelde de rechtbank dat dit niet betekent dat de uitwegvergunning ook verleend moest worden, omdat deze aanvragen afzonderlijk beoordeeld moeten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deelt dit oordeel niet en stelt dat appellant een bijzonder belang heeft bij de uitwegvergunning om de garage daadwerkelijk te kunnen gebruiken.
De Raad van State constateert dat burgemeester en wethouders het specifieke belang van appellant niet ten volle hebben betrokken in hun beoordeling en dat de motivering voor de weigering onvoldoende is onderbouwd, met name omdat geen adequaat onderzoek naar de parkeerdruk is verricht en de verkeersveiligheid niet is uitgewerkt. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de uitwegvergunning wordt vernietigd.