ECLI:NL:RVS:2000:AA9478
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.H.B. van der Meer
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beleid gedogen buitenlandse prostituees met geldige verblijfsvergunning niet in strijd met Wet op de Identificatieplicht
De burgemeester van Den Haag heeft een exploitant gesommeerd om gedurende vier weken geen gelegenheid tot raamprostitutie te bieden, omdat tijdens een politiecontrole een prostitué werd aangetroffen zonder geldige verblijfsvergunning.
De president van de arrondissementsrechtbank te Den Haag heeft het beroep van de exploitant tegen dit sluitingsbevel ongegrond verklaard. De exploitant stelde dat het beleid in strijd was met de Wet op de Identificatieplicht, maar dit werd verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het beleid om de aanwezigheid van buitenlandse prostituees zonder geldige verblijfstitel en werkvergunning niet toe te staan is niet in strijd met de wet, omdat het geen identificatieplicht inhoudt. Ook is het sluitingsbevel van vier weken niet onredelijk lang.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden die de exploitant kunnen vrijwaren van verantwoordelijkheid voor de aanwezigheid van een illegale prostitué. De Raad van State wijst het hoger beroep af en bevestigt het besluit van de burgemeester.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het sluitingsbevel van de burgemeester wordt bevestigd.