ECLI:NL:RVS:2000:AA9196
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning vervoer bestraalde splijtstofelementen
Stichting Greenpeace Nederland verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Ministers van Volkshuisvesting, Economische Zaken en Sociale Zaken om vergunning te verlenen voor het vervoer van 12 zendingen bestraalde splijtstofelementen van de kerncentrale Dodewaard naar de opwerkingsfabriek in Sellafield, Engeland. Verzoekster voerde onder meer aan dat het transport niet rechtvaardig is, dat er geen alternatieven zijn en dat de opwerkingsfabriek in Sellafield veiligheidsproblemen kent.
De Raad overwoog dat de vergunningverlening gebaseerd is op de Kernenergiewet en dat het nut van de transporten zwaarder weegt dan de nadelige gevolgen, mede gezien de noodzaak van afvoer in het kader van de ontmanteling van de kerncentrale. De Raad stelde vast dat de veiligheid van de opwerkingsfabriek door het Engelse bevoegde gezag is bevestigd en dat er geen alternatieven in Nederland zijn.
Verder oordeelde de Raad dat de vergunningvoorschriften voldoen aan het alara-beginsel en dat de verantwoordelijkheid voor rampenbestrijding bij de gemeenten en andere instanties ligt, waardoor niet van verweerders kan worden verlangd dat zij vooraf de inhoud van rampenplannen controleren. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor het vervoer van bestraalde splijtstofelementen wordt afgewezen.