ECLI:NL:RVS:2000:AA9028
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- R.W.L. Loeb
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing vliegbewijs na incident en twijfel aan geschiktheid piloot
Appellant was betrokken bij een incident op het vliegveld Midden-Zeeland waarbij zijn vliegtuig bij de landing in een greppel terechtkwam. De minister van Verkeer en Waterstaat schorste daarop het vliegbewijs van appellant vanwege twijfel aan diens geschiktheid, omdat hij buiten de toegestane daglichtperiode vloog, landde op een verkeerde baan en beroepsmatig vloog zonder bevoegdheid.
Appellant voerde aan dat hij niet voldoende gelegenheid had gehad om zijn zienswijze te geven en dat de schorsing onterecht was omdat hij een ervaren piloot is en slechts een beoordelingsfout had gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid en dat de schorsing niet strafrechtelijk van aard is maar gericht op luchtverkeersveiligheid.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de minister op grond van de feiten en het onderzoek mocht twijfelen aan de geschiktheid van appellant en dat de schorsing daarom terecht was. De Raad wees ook het beroep van appellant af dat hij toestemming had gekregen voor afwijkende landingsrichting en dat hij niet beroepsmatig vloog. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het vliegbewijs bevestigd.