ECLI:NL:RVS:2000:AA9027
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating als instelling voor thuiszorg op grond van spreidings- en behoeftecriteria
Appellante verzocht op grond van artikel 8 van Pro de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) om toelating als instelling voor thuiszorg. Verweerder wees dit verzoek af op basis van de Tijdelijke regeling spreiding en behoefte, omdat het aantal uren thuiszorg in de WZV-regio's Tilburg, Den Bosch en Eindhoven het maximum van 2.000 uren per 1.000 inwoners per jaar overschrijdt.
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde onder meer dat verweerder te vroeg had beslist zonder volledig advies van de Ziekenfondsraad en dat de gebruikte cijfers onjuist waren. De Raad van State oordeelde dat verweerder terecht niet heeft gewacht op het advies van de Ziekenfondsraad, omdat deze aangaf niet binnen de wettelijke termijn te kunnen adviseren, en dat de gehanteerde cijfers en het berekeningsmodel van Coopers & Lybrand en PriceWaterhouseCoopers als algemeen toepasbaar en redelijk kunnen worden beschouwd.
De Raad van State concludeerde dat de vaste handelwijze van verweerder om verzoeken af te wijzen indien het aantal uren thuiszorg het criterium overschrijdt niet kennelijk onredelijk is. Appellante kon geen omstandigheden aanvoeren die een afwijking van deze handelwijze rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toelating als instelling voor thuiszorg wordt ongegrond verklaard.