ECLI:NL:RVS:2000:AA9022
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.H. Grosheide
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar voor forellenvisserij en blokhut door gedeputeerde staten Limburg
Gedeputeerde staten van Limburg weigerden op 30 april 1996 een verklaring van geen bezwaar voor de vestiging van een forellenvisserij en de bouw van een blokhut op een perceel, omdat dit het agrarisch bedrijf van de maatschap in de omgeving zou beperken in zijn uitbreidingsmogelijkheden. Het bezwaar van appellant werd op 11 maart 1997 ongegrond verklaard en de rechtbank Maastricht bevestigde dit op 1 juni 1999. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat het bestemmingsplan extensieve dagrecreatie toestaat, terwijl het voorgenomen gebruik intensieve dagrecreatie betreft, waarvoor een verklaring van geen bezwaar vereist is op grond van artikel 19 WRO Pro. De Raad stelde vast dat gedeputeerde staten de belangenafweging in redelijkheid hebben gemaakt, waarbij de milieuhygiënische uitbreidingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf prevaleerden. De stankcirkel van het bedrijf overlapt deels het perceel.
Appellant voerde aan dat de brochure Veehouderij en Hinderwet in plaats van de richtlijn Veehouderij en Stankhinder had moeten worden toegepast en dat de forellenvisserij buiten de stankcirkel lag, maar de Raad verwierp deze argumenten. Ook het betoog dat gedeputeerde staten niet op toekomstig ammoniakbeleid mochten anticiperen, faalde. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd.