ECLI:NL:RVS:2000:AA9021
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- B. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging vergunning voor innamebekken Maas wegens onvoldoende motivering en beleidslijntoepassing
De zaak betreft het hoger beroep van N.V. Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant tegen de weigering van een vergunning door de Minister van Verkeer en Waterstaat voor het maken en behouden van werken ten behoeve van een innamebekken in de Maas.
De rechtbank had de vergunning geweigerd wegens onvoldoende motivering van de Minister waarom niet voldaan was aan de Beleidslijn 'Ruimte voor de rivier', met name de eis dat activiteiten niet buiten het winterbed van de rivier mogen plaatsvinden. Tevens was onvoldoende gemotiveerd waarom de Minister vasthield aan compensatie-eisen zonder toepassing van overgangsbepalingen.
De Raad van State oordeelt dat de Minister het beleid juist toepaste en dat de belangenafweging in het kader van de Rivierenwet ook de locatiekeuze van het innamebekken omvat. Het betoog dat reeds verleende bestemmingsplannen formele rechtskracht geven, faalt. Ook de integrale benadering van compensatie door appellante wordt verworpen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vernietigen van de vergunning en wijst het hoger beroep van appellante af.