ECLI:NL:RVS:2000:AA8483
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.H.B. van der Meer
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring schademelding bij late indiening na extreem zware regenval
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die een niet-ontvankelijkverklaring van een schademelding wegens te late indiening vernietigde. De schademelding betrof schade door extreem zware regenval in september 1998, waarbij de indieningstermijn was gesteld op 16 november 1998.
De maatschap A/B diende de schademelding pas eind januari 1999 in, nadat zij aanvankelijk nog verwachtte dat de grond tijdig zou opdrogen voor de oogst. De Raad van State bevestigt dat de Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval 1998 en de Wts alleen zien op daadwerkelijk geleden schade en niet op mogelijke toekomstige schade. De indieningstermijn is strikt en afwijking is alleen mogelijk via de hardheidsclausule in artikel 8 Wts Pro.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom geen onbillijkheid van overwegende aard bestond door de late melding. De Raad van State bevestigt de vernietiging van de beslissing op bezwaar maar verklaart het hoger beroep ongegrond. De Staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de hardheidsclausule en het causaal verband tussen regenval en schade.
Daarnaast veroordeelt de Raad de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan A/B. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige schademelding en de beperkte ruimte voor afwijking van de termijn.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de schademelding wegens te late indiening en veroordeelt de Staatssecretaris tot proceskostenbetaling.