ECLI:NL:RVS:2000:AA8333
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- P.J.J. van Buuren
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen vernietiging aanwijzingsbesluit voorkeursrecht gemeente Harderwijk
De gemeente Harderwijk heeft bij besluit gronden aangewezen waarop de artikelen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn en een voorkeursrecht gevestigd. Tegen dit besluit hebben A en anderen bezwaar gemaakt, dat door de gemeente ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten wegens gebrek aan deugdelijke motivering, met name over de relatie met de uitbreidingscapaciteit uit het Streekplan.
De gemeente stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het aanwijzingsbesluit nader gemotiveerd moest worden met betrekking tot de planologische aanvaardbaarheid en de relatie met de uitbreidingscapaciteit uit het Streekplan. De vestiging van een voorkeursrecht behoeft geen nadere motivering in het kader van de Wvg; de planologische beoordeling vindt plaats in de bestemmingsplanprocedure.
Voorts is het oordeel van de rechtbank dat een voorkeursrecht alleen kan worden gevestigd in verband met het Streekplan onjuist. De Afdeling bevestigt dat de gemeente Harderwijk in algemene zin uitbreidingscapaciteit heeft en dat dit voldoende is voor de bevoegdheid tot aanwijzing. Het betoog van willekeur en détournement de pouvoir wordt verworpen, aangezien de gemeente haar bevoegdheid met beleidsvrijheid uitoefent en het algemeen belang zwaarder heeft kunnen wegen dan de belangen van A en anderen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Harderwijk wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.