ECLI:NL:RVS:2000:AA8218
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van weigering anticumulatie eigen bijdrage bij rechtsbijstand
Appellante had twee toevoegingen voor rechtsbijstand aangevraagd in procedures die binnen een periode van meer dan drie maanden van elkaar lagen. De Raad voor rechtsbijstand legde voor de tweede toevoeging een eigen bijdrage op, waarop appellante bezwaar maakte met beroep op de anticumulatiebepaling van artikel 10 van Pro het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand (Bdr).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de termijn van drie maanden tussen de procedures was overschreden, en de Raad handelde conform artikel 10 Bdr Pro. Appellante stelde in hoger beroep dat essentiële stukken ontbraken bij de rechtbank en verwees naar een ander bureau rechtsbijstand dat wel anticumulatie toepaste ondanks overschrijding van de termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank dit besluit van het andere bureau wel degelijk had meegewogen en dat de overige grieven van appellante ongegrond waren. De Afdeling bevestigde het standpunt van de Raad dat artikel 10 Bdr Pro geen ruimte laat voor afwijking van de anticumulatiebepaling en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak van 10 januari 2000 van de rechtbank werd bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 augustus 2000.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.