ECLI:NL:RVS:2000:AA7256
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- R.H. Lauwaars
- J.P.H. Donner
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over kwalificatie en uitvoerbeperking van ijzerchloride-oplossing als afvalstof
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen uitvoer van 150.000 kg ijzerchloride-oplossing naar Duitsland, omdat deze stof als gevaarlijke afvalstof wordt beschouwd en de uitvoer zou kunnen conflicteren met het beginsel van zelfverzorging op nationaal niveau. Appellante betoogt dat de behandeling van de ijzerchloride-oplossing in Duitsland moet worden gekwalificeerd als nuttige toepassing (recycling/hergebruik) en niet als verwijdering, waardoor het bezwaar ongegrond zou zijn.
De Raad van State analyseert de relevante Europese regelgeving, waaronder de EVOA en de kaderrichtlijn, en bespreekt de criteria voor het onderscheid tussen verwijdering en nuttige toepassing. De Afdeling constateert dat de kaderrichtlijn en jurisprudentie onvoldoende duidelijkheid bieden over de interpretatie van recycling en hergebruik en de limitativiteit van de lijsten van handelingen in bijlagen II A en II B.
Daarom stelt de Raad van State meerdere prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van recycling en hergebruik, de limitativiteit van de lijsten, de criteria voor kwalificatie van handelingen, en de verenigbaarheid van uitvoerbeperkingen op grond van het zelfverzorgingsbeginsel met het EG-Verdrag. De behandeling van het beroep wordt geschorst en aangehouden totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: Behandeling van het beroep geschorst en aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak over kwalificatie en uitvoerbeperking van afvalstof.