ECLI:NL:RVS:2000:AA6976
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verklaring van geen bezwaar voor woningbouw in Groningen
Appellant verzocht gedeputeerde staten van Groningen om een verklaring van geen bezwaar voor de bouw van een woning op een perceel in Groningen. Gedeputeerde staten weigerden dit op grond van strijd met het streekplan en het voornemen om goedkeuring te onthouden aan het bestemmingsplan. De president van de rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan processueel belang.
De Raad van State oordeelde dat de president ten onrechte aannam dat het voorbereidingsbesluit niet meer van kracht was, aangezien de wettelijke termijn voor het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan nog niet was verstreken. Hierdoor had appellant wel degelijk processueel belang bij het beroep.
De Raad vernietigde de uitspraak van de president en behandelde het beroep inhoudelijk. Gezien het voornemen van gedeputeerde staten om goedkeuring te onthouden en het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden, was er geen grond voor het verlenen van de verklaring van geen bezwaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad besloot tevens het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden, aangezien het hoger beroep gegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verklaring van geen bezwaar wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep gegrond verklaard.