ECLI:NL:RVS:2000:AA6818
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor verwijderen beschoeiing en bevestiging handhaving ophoging oeverland
Appellant had het oeverland opgehoogd zonder ontheffing van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, dat hem daartoe een last onder dwangsom oplegde. De president van de arrondissementsrechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de ophoging onderdeel was van normaal onderhoud en dat geen ontheffing nodig was.
De Afdeling oordeelde dat de ophoging significant was (10 à 15 cm) en daarmee het verbod uit artikel 18 van Pro de Keur overschreed. De ophoging zonder ontheffing was daarom onrechtmatig en het bestuursorgaan bevoegd tot handhaving. Voor de beschoeiing was echter onvoldoende onderbouwd dat het beleid zich tegen de beschoeiing richtte, zodat de last onder dwangsom voor de beschoeiing werd vernietigd.
Het beleid van het hoogheemraadschap staat geen ontheffing toe zonder compensatie voor vermindering van waterbergend vermogen. Dit beleid werd als niet onredelijk beoordeeld. Er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De Afdeling bevestigde daarom de handhaving van het verbod op ophoging zonder ontheffing.
Tot slot werd appellant in de proceskosten van het beroep door het hoogheemraadschap veroordeeld en kreeg hij het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De last onder dwangsom voor de beschoeiing wordt vernietigd, de handhaving van het verbod op ophoging zonder ontheffing wordt bevestigd.