ECLI:NL:RVS:2000:AA6769
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering huursubsidie bij samenwoning zonder rechtstreekse belangenbehartiging
Appellante A kreeg een terugvorderingsbesluit opgelegd wegens het verzwegen van duurzame samenwoning met appellant B, wat invloed had op de vaststelling van haar huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1993 tot 1 juli 1994. De staatssecretaris stelde de bijdrage op nihil, vorderde het bedrag terug en legde een boete op.
Appellant B werd niet als belanghebbende erkend en niet-ontvankelijk verklaard in bezwaar en beroep. De rechtbank bevestigde dit, wat door de Raad van State werd bekrachtigd, omdat B niet als aanvrager gold en geen gegevens in de subsidieaanvraag had staan.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de hoorplicht jegens appellante A had geschonden door haar niet te horen alvorens het bezwaar ongegrond te verklaren. Dit leidde tot vernietiging van het besluit voor zover het de hoorplicht betreft, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand vanwege het hoge gezamenlijke inkomen van appellante.
De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante A. Het hoger beroep van B werd ongegrond verklaard, het beroep van A deels gegrond.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant B ongegrond; hoger beroep van appellante A gegrond wegens schending hoorplicht, besluit deels vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand.