ECLI:NL:RVS:2000:AA6480
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- J.H. Grosheide
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit voorkeursrecht op grond van Wet voorkeursrecht gemeenten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Liesveld om op zijn percelen een voorkeursrecht te vestigen op grond van artikel 8 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). De raad verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 9 juli 1999.
Appellant stelde onder meer dat het besluit onrechtmatig was omdat het gebied groter zou zijn dan de uitbreidingscapaciteit zoals bedoeld in het streekplan Zuid-Holland Oost en dat passages uit het streekplan niet als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) konden worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat de raad bevoegd was het voorkeursrecht te vestigen, dat het streekplan als beleidskader diende en dat het besluit binnen de discretionaire bevoegdheid van de raad viel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het braak laten liggen van gronden ook als gebruik kan worden aangemerkt en dat de belangenafweging door de raad in redelijkheid was gemaakt, waarbij het algemeen belang zwaarder woog dan het individuele financiële belang van appellant.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht wordt bevestigd.