ECLI:NL:RVS:2000:AA6111
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Gevolgen terughoudende toepassing uitzonderingsbepaling bijzondere uitgaven in draagkrachtberekening
De zaak betreft een geschil over de toepassing van artikel 7.2 van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand (Bdr), waarin is bepaald dat het maandinkomen kan worden verminderd met bijzondere noodzakelijke uitgaven die de draagkracht duurzaam aanmerkelijk verminderen.
De raad voor rechtsbijstand had een verzoek om toevoeging afgewezen omdat de maandelijkse schuldaflossingen van A niet als bijzondere noodzakelijke kosten werden erkend. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht en gaf A gelijk, maar de raad ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat artikel 7.2 Bdr een uitzonderingsbepaling is die terughoudend moet worden toegepast. Uitgaven zoals aflossingen op gemeenschappelijke schulden na echtscheiding zijn slechts in zeer klemmende gevallen in aanmerking te nemen. A heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn situatie zodanig uitzonderlijk is.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van A ongegrond. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van A wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.