ECLI:NL:RVS:2000:AA6110
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwangaanschrijving woonwagens en uitleg artikel 10c Woonwagenwet
Appellanten, bewoners van een woonwagencentrum, werden door burgemeester en wethouders van Gouda bestuursdwang opgelegd om hun woonwagens te verplaatsen naar een standplaats op het centrum. Zij voerden aan dat zij beschermd werden door artikel 10c van de Woonwagenwet omdat op het moment van de bestuursdwangaanschrijving nog niet onherroepelijk was beslist op lopende beroepszaken over intrekking van hun eerder verleende ontheffingen en op hun verzoeken om ontheffing.
De Raad van State oordeelde dat artikel 10c van de Woonwagenwet alleen bescherming biedt aan personen die een ontheffing aanvragen zonder eerder over een titel voor het innemen van een standplaats te beschikken. Deze bescherming strekt zich niet uit tot situaties waarin reeds verleende ontheffingen zijn ingetrokken en men in bezwaar is tegen die intrekking. Hierdoor was de bestuursdwangaanschrijving rechtmatig.
Verder werd vastgesteld dat de tijdelijke ontheffingen die appellanten hadden voor de standplaatsen aan de betreffende locatie waren ingetrokken en dat burgemeester en wethouders bevoegd waren tot handhaving. De rechtbank had terecht geoordeeld dat legalisatie van de situatie niet mogelijk was en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die handhaving in de weg stonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuursdwangaanschrijving bevestigd.