ECLI:NL:RVS:2000:AA5816
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.H.B. van der Meer
- C. de Gooijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning jacht op reeën ter populatiebeheer en schadepreventie
De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren stelde hoger beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om een vergunning te verlenen voor het jagen op reeën in de provincie Flevoland. De vergunning was bedoeld voor populatiebeheer, het voorkomen van schade aan jonge bosaanplant en bolgewassen, en ter voorkoming van verkeersonveilige situaties door aanrijdingen met reeën.
De Raad van State overwoog dat de Minister de vergunning op grond van artikel 27 en Pro 53 van de Jachtwet had verleend. De Minister had aannemelijk gemaakt dat andere oplossingen onvoldoende waren en dat het jagen noodzakelijk was. De kosten van alternatieven mochten meewegen in de afweging. De rechtbank had de belangen en alternatieven marginaal getoetst en geen onredelijkheid vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid van de Minister niet onredelijk was en dat de vergunning terecht was verleend. De bezwaren van appellante over het niet volledig weergeven van het beleid en de intrinsieke waarde van dieren konden aan het oordeel niets afdoen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren is ongegrond verklaard en de vergunning tot jagen op reeën bevestigd.