ECLI:NL:RVS:2000:AA5630
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- J.A.E. van der Does
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Openbaarheid van declaraties en onderliggende nota's van minister op grond van WOB
A verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) inzage in originele declaraties en betalingen van minister Z sinds diens aantreden. De Minister weigerde inzage in de onderliggende nota's en bonnen, slechts totaaloverzichten werden verstrekt. De rechtbank oordeelde dat volledige inzage moest worden gegeven, waarop de Minister hoger beroep instelde.
De Raad van State bevestigde dat declaratieformulieren van een minister als documenten over een bestuurlijke aangelegenheid gelden en dat ook de onderliggende nota's en bonnen, die onlosmakelijk met de declaraties verbonden zijn, onder de WOB vallen. De Raad oordeelde dat de belangenafweging tussen openbaarheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bestuurlijke intimiteit per concreet document moet worden gemaakt.
De Minister had slechts een algemene belangenafweging per categorie gemaakt, wat onvoldoende was. De uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd, maar de opdracht tot onmiddellijke inzage werd vernietigd. De Minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met een gemotiveerde belangenafweging per document. Strikt persoonlijke gegevens mogen worden geschrapt.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak benadrukt het belang van transparantie in het openbaar bestuur, met respect voor persoonlijke levenssfeer en bestuurlijke vertrouwelijkheid.
Uitkomst: De Minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met een gemotiveerde belangenafweging per document over openbaarmaking van declaraties en onderliggende nota's.