ECLI:NL:RVS:2000:AA5476
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.G. Tuinhout
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning permanente fundering strandpaviljoen op grond van kustbeschermingsbeleid
Appellant verzocht om een vergunning voor het aanbrengen van een permanente fundering van zijn strandpaviljoen om de jaarlijkse kosten en moeite van het aanbrengen en verwijderen van palen te besparen. De minister van Verkeer en Waterstaat weigerde deze vergunning op grond van het gevoerde beleid gericht op kustversterking en duurzame bescherming tegen overstromingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid, dat onomkeerbare bouwactiviteiten op het strand en in de waterkeringszone buiten aaneengesloten bebouwing wil voorkomen, een redelijke grondslag vormt voor de weigering.
Appellant voerde aan dat het strand rondom zijn paviljoen was aangewassen en dat er geen reëel overstromingsgevaar bestond, mede omdat de dam achter de duinen het hoogst denkbare springvloedtij kan keren. Ook stelde hij bereid te zijn de palen snel te verwijderen indien nodig. Deze argumenten werden door de Raad van State verworpen omdat ook andere belangen zoals natuur, recreatie en toerisme in het beleid zijn betrokken en toekomstige beheersmaatregelen niet afhankelijk mogen zijn van medewerking van appellant.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor een permanente fundering van het strandpaviljoen.