ECLI:NL:RVS:2000:AA5475
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor uitweg aan IJsseldijk ondanks verkeersveiligheidsbedenken
Appellanten stelden beroep in tegen het besluit van het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard om een vergunning te verlengen en te wijzigen voor het maken van een uitweg naar de IJsseldijk ten behoeve van een houthandel. De vergunning was omstreden vanwege de locatie van de uitweg in een scherpe bocht, wat volgens Veilig Verkeer Nederland (VVN) een verkeersgevaarlijke situatie zou opleveren.
De rechtbank en later de Raad van State oordeelden dat de vergunning terecht was verleend en dat de verkeersveiligheid niet onaanvaardbaar werd geschaad. De uitweg was bedoeld als inrit voor vrachtverkeer, wat de risico's zou beperken. Tevens waren er voorwaarden gesteld op advies van de politie om de verkeersveiligheid te waarborgen, zoals onbelemmerd uitzicht en snelheidsbeperkingen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het Hoogheemraadschap bevoegd was om te beslissen en dat het besluit niet onredelijk was. Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de vergunning bleef gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen verkeersveiligheid en het gebruik van bedrijfsterreinen, waarbij ook de feitelijke verkeerssituatie en de aard van het verkeer worden meegewogen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de uitweg wordt bevestigd.