ECLI:NL:RVS:2000:AA5241
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.R. Bakker
- J.R. Schaafsma
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Beslissing over vergoeding nadeel door niet-toepassing Uitkeringsregeling bestrijding verontreiniging rijkswateren
Appellanten, Kappa Karton BV en Kartonfabriek Britannia BV, vorderden vergoeding van een financieel nadeel dat Britannia zou hebben geleden doordat zij in de periode 1978-1981 niet viel onder de Uitkeringsregeling bestrijding verontreiniging rijkswateren (UKR). Britannia mocht lozen op provinciaal water (Pekel A) in plaats van op het rijkswater (Eems), terwijl andere kartonfabrieken wel onder de UKR vielen.
Verweerders hadden het verzoek tot vergoeding afgewezen en het bezwaar van Kappa niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat Kappa wel ontvankelijk is in haar bezwaar. De Afdeling stelt vast dat het nadeel samenhangt met het ontbreken van een vergunning om op rijkswater te lozen, niet met de vergunning van 1977 zelf. Omdat Britannia in die periode rechtmatig op provinciaal water loost, kan zij geen aanspraak maken op een uitkering krachtens artikel 23 van Pro de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO).
De Afdeling verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond door vernietiging van het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van Kappa, maar verklaart het bezwaar van Britannia tegen de afwijzing van vergoeding ongegrond. De proceskosten worden aan verweerders opgelegd en het griffierecht wordt aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van Britannia tegen de afwijzing van vergoeding wordt ongegrond verklaard, het beroep van Kappa tegen niet-ontvankelijkverklaring wordt gegrond verklaard.