ECLI:NL:RVS:2000:AA5232
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen uitwerkingsplan streekplan Noord-Brabant
Gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelden op 28 maart 1995 een uitwerkingsplan vast voor de stadsregio Breda, gebaseerd op het streekplan Noord-Brabant van 17 juli 1992. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door gedeputeerde staten op 11 juni 1996 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en de bezwaren van appellanten niet-ontvankelijk.
In hoger beroep stond centraal of het uitwerkingsplan een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De Raad van State oordeelde dat het uitwerkingsplan geen dergelijk besluit bevat, omdat gedeputeerde staten geen besluiten kunnen nemen die onder artikel 1:3 Awb Pro vallen bij uitwerking van een streekplan.
Hierdoor was het bezwaar van appellanten tegen het uitwerkingsplan niet-ontvankelijk. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitwerkingsplan is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep is ongegrond.