ECLI:NL:RVS:2000:AA4973
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.R. Bakker
- R.W.L. Loeb
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing schadevergoeding wegens verwijdering ondergrondse mestopslag in grondwaterbeschermingsgebied
Appellant heeft schadevergoeding gevorderd wegens de kosten die hij maakte door het gedwongen buiten gebruik stellen en verwijderen van een ondergrondse tank voor mestopslag, gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Gedeputeerde staten van Overijssel wezen dit verzoek af, stellende dat niet alle kosten causaal verband hielden met het van toepassing worden van de Verordening Grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel 1991 (VGO 1991).
De Raad van State oordeelt dat het verbod uit de VGO 1991 appellant daadwerkelijk heeft gedwongen de tank te verwijderen en alternatieve opslag te realiseren, waardoor de gemaakte kosten direct gevolg zijn van deze regelgeving. De stelling van verweerders dat de tank ook zonder de VGO 1991 verwijderd had moeten worden op grond van de Hinderwet wordt verworpen, omdat die wet niet van toepassing is op deze tank.
Verder is geoordeeld dat verweerders onvoldoende onderzoek hebben gedaan naar welke kosten appellant zou hebben gehad indien de VGO 1991 niet van toepassing was geweest. Ook het afwijzen van vergoeding voor advies- en rechtsbijstandkosten wordt onterecht geacht, aangezien het inschakelen van deskundigen noodzakelijk en redelijk was. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerders veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van schadevergoeding wordt vernietigd.