ECLI:NL:RVS:2000:AA4629
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- J.H.B. van der Meer
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding personeel basisschool Don Bosco over 1992 na beëindiging bekostiging
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om de rijksvergoeding voor personeelsuitgaven over 1992 voor basisschool Don Bosco op nihil te stellen, omdat de bekostiging per 1 augustus 1991 was beëindigd. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de termijn voor besluitvorming een termijn van orde was en dat geen vergoeding verschuldigd was zonder bestaande school.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de termijn in artikel 75, vierde lid, van het Bekostigingsbesluit slechts een termijn van orde is en dat overschrijding daarvan niet tot onbevoegdheid leidt. Verder stelt de Afdeling dat op grond van artikel 104 van Pro de Wet op het basisonderwijs het Rijk gehouden is de kosten van doorbetaling van salaris aan zieke leerkrachten te vergoeden, ook als de bekostiging is beëindigd, omdat de aanspraak op doorbetaling reeds vóór de beëindiging was ontstaan.
De Afdeling vernietigt het besluit van 25 november 1995, verklaart het beroep gegrond, stelt de vergoeding over 1992 vast op f 43.598,53 en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De vergoeding voor personeelskosten over 1992 voor basisschool Don Bosco wordt vastgesteld op f 43.598,53 en het besluit van de Staatssecretaris wordt vernietigd.