ECLI:NL:RVS:1999:AA4451
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Raad voor Rechtsbijstand wegens onvoldoende motivering bij weigering gefinancierde rechtsbijstand
Appellant verzocht om gefinancierde rechtsbijstand om huurders van zijn onroerend goed tot betaling te bewegen. De Raad voor Rechtsbijstand weigerde de toevoeging omdat het geschil voortvloeide uit bedrijfsmatig handelen en het inkomen van appellant de financiële grens overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant kennelijk gegrond, maar de Raad verklaarde het administratief beroep ongegrond. De rechtbank bevestigde dit later, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het enkel verhuren van een pand niet zonder meer bedrijfsmatig handelen inhoudt, maar vermogensbeheer betreft. De stukken toonden geen bewijs van daadwerkelijke bedrijfsuitoefening. Ook was onvoldoende inzicht gegeven in het inkomen van appellant. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering van het besluit.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand vernietigd. De Raad werd gelast het griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om gefinancierde rechtsbijstand te weigeren wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.