ECLI:NL:RVS:1999:AA3684
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen besluit Orde van Advocaten
Verzoeker heeft bij de Raad van State hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de arrondissementsrechtbank Utrecht, die een besluit van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten vernietigde en terugverwees naar de Raad van Toezicht. Het oorspronkelijke besluit van de Raad van Toezicht betrof de afwijzing van verzoeker om vrijstelling van de verplichting om als stagiaire bij een patroon te werken.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat hij spoed zag bij de behandeling van zijn hoger beroep. De Voorzitter behandelde dit verzoek tijdens een zitting waarbij verzoeker en vertegenwoordigers van de Algemene Raad aanwezig waren, maar de Raad van Toezicht niet.
De Voorzitter oordeelde dat er geen bijzondere, klemmende omstandigheden waren die het onevenredig bezwaarlijk maakten voor verzoeker om de uitspraak ten principale af te wachten. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.