ECLI:NL:RVS:1999:AA3628
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van der Weel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Raad voor Rechtsbijstand wegens toepassing vertrouwensbeginsel bij belastinggeschil
Appellante was betrokken bij een belastinggeschil over de invoer van een auto uit de Verenigde Staten en verzocht om rechtsbijstand. De Raad voor Rechtsbijstand weigerde de toevoeging omdat het geschil volgens hen uitsluitend van feitelijke aard was en eenvoudig kon worden afgehandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was, omdat zij haar handelwijze had gebaseerd op een brochure van de Belastingdienst die achteraf niet in overeenstemming bleek met de relevante EEG-Verordening. Hierdoor ontstonden hoge aanslagen die haar niet mochten worden tegengeworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel betekent dat het geschil niet uitsluitend feitelijk of rekenkundig van aard is, waardoor artikel 8, aanhef en onder e, van het Besluit niet van toepassing is. Het besluit van de Raad werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de Raad voor Rechtsbijstand opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard vanwege het toepasselijke vertrouwensbeginsel.