ECLI:NL:RVS:1997:AE3617
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoeker wegens weigering medewerking aan reisdocumenten
De burgemeester en wethouders van Medemblik hebben de opvang van een asielzoeker beëindigd op grond van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) omdat hij niet meewerkte aan het verkrijgen van vervangende uitreisdocumenten. De asielzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de asielzoeker niet meewerkte, mede omdat de Chinese ambassade de identiteit van de asielzoeker betwistte en de gemeente onvoldoende onderzoek had gedaan.
De burgemeester en wethouders gingen in hoger beroep bij de Raad van State. Deze overwoog dat het stappenplan van de Staatssecretaris van Justitie juist was toegepast en dat de gemeente slechts marginaal hoeft te toetsen of de asielzoeker weigert mee te werken. De Raad stelde vast dat de asielzoeker geen actieve stappen had ondernomen om zijn identiteit te verduidelijken en dat de mededeling van de Chinese ambassade als indicatie kon worden gezien dat hij niet meewerkte.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de asielzoeker ongegrond. De beëindiging van de opvang op grond van de ROA was volgens de Raad niet onredelijk en er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de opvang op grond van de ROA bevestigd.