ECLI:NL:RBZWO:2004:AR3625
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens slecht werkgeverschap met hoge vergoeding
De werknemer was sinds juli 1998 in dienst bij de werkgever als administrateur. Na een vakantie in juli 2002 meldde de werknemer zich ziek wegens psychische klachten, die door de arboarts werden bevestigd. De werkgever stelde tijdens de vakantie schriftelijk het voornemen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst kenbaar, zonder eerdere functioneringsgesprekken of waarschuwingen.
De werknemer stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid het gevolg was van het destructieve optreden van de werkgever, die geen medewerking verleende aan reïntegratie en looninhoudingen toepaste. De werkgever ontkende verwijtbaarheid en stelde dat de werknemer zelf de reïntegratie blokkeerde. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar handelde, onder meer door het indienen van een ontslagvergunning bij het CWI tijdens ziekte, het staken van bekostiging van begeleiding en het niet reageren op reïntegratievoorstellen.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsrelatie zodanig was verstoord dat ontbinding gerechtvaardigd was en kende een vergoeding toe van €77.650 bruto, gebaseerd op de kantonrechtersformule met factoren aangepast aan de situatie van de werknemer. De werknemer kreeg gelegenheid het verzoek in te trekken, bij niet-intrekking werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 15 juni 2004 en werd de vergoeding toegewezen. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 15 juni 2004 met een bruto vergoeding van €77.650 aan de werknemer wegens slecht werkgeverschap.