ECLI:NL:RBZWO:2004:AR2772
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij ongeval tussen auto en ligfiets met gedeeltelijke toerekening van schade
Op 1 juni 2002 vond een ongeval plaats op een kruispunt buiten de bebouwde kom waarbij een auto bestuurd door de gedaagde en een ligfiets bestuurd door de eiser betrokken waren. De eiser raakte ernstig gewond en werd volledig arbeidsongeschikt. De rechtbank stelt vast dat het fietspad voorzien was van voorrangswaarschuwingen en dat hoog bermgras het zicht vanaf de rijbaan belemmerde.
De eiser stelt dat de automobilist verwijtbaar onzorgvuldig handelde door niet tijdig te remmen en onvoldoende rekening te houden met de zichtbelemmering en mogelijke fouten van fietsers. De gedaagde betwist dit en voert aan dat hij langzaam reed, het zicht belemmerd was door hoog gras en een bocht in het fietspad, en dat de eiser met hoge snelheid en zonder voorrang te verlenen reed, wat aan opzet grenzende roekeloosheid zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de automobilist geen beroep op overmacht kan doen omdat hij rekening had moeten houden met fietsers, ook met lage ligfietsen zonder waarschuwingsvlag, en dat hij onvoldoende voorzichtig was. De snelheid van de ligfietser wordt niet als uitzonderlijk hoog aangenomen. De eigen schuld van de eiser wordt erkend, maar niet als zodanig dat sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. De aansprakelijkheid wordt daarom fifty-fifty verdeeld. De gedaagde wordt veroordeeld tot schadevergoeding, incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De automobilist wordt gehouden tot vergoeding van ten minste de helft van de schade van de ligfietser, inclusief incassokosten en proceskosten.