ECLI:NL:RBZWO:2004:AO9056
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende geschiktheid werknemer
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die sinds 2002 arbeidsongeschikt was geraakt door een hersenbloeding. De werknemer werd medisch begeleid en meerdere artsen verklaarden hem geschikt voor zijn functie, ondanks enkele beperkingen en het intrekken van zijn groot rijbewijs. De werkgever stelde dat de werknemer niet geschikt was vanwege veiligheidsrisico’s en het ontbreken van passende vervangende werkzaamheden, en dat de arbeidsrelatie verstoord was.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek onvoldoende gefundeerd was. De medische rapporten en adviezen van de arboarts en verzekeringsarts gaven aan dat de werknemer zijn werk kon hervatten. Ook het argument van de werkgever dat de werknemer onverzekerd zou zijn, werd verworpen. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer bereid was vervangende arbeid te verrichten en dat er geen sprake was van een volledig verstoorde arbeidsrelatie.
Daarom werd het ontbindingsverzoek afgewezen en werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van medische onderbouwing en het respecteren van de arbeidsrelatie zolang geen gewichtige redenen voor ontbinding zijn aangetoond.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van de werkgever wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van ongeschiktheid werknemer.