ECLI:NL:RBZWO:2004:AO7290
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- S.E. Bins- van Waegeningh
- H. Heins
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak doodslag en veroordeling tot jeugddetentie voor mishandeling en diefstal
De rechtbank Zwolle sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde doodslag, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Wel werd verdachte veroordeeld voor subsidiaire doodslag, diefstal van een fotocamera en pinpas, en diefstal met valse sleutel van geld uit een pinautomaat.
De verdediging voerde psychische overmacht en noodweer (exces) aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat er onvoldoende bewijs was voor een dusdanige geestesgesteldheid of een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. De deskundigen concludeerden dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, wat als strafverminderende omstandigheid werd meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 18 maanden passend was, met aftrek van voorarrest. Een PIJ-maatregel werd niet opgelegd vanwege de vreemdelingenstatus van verdachte, die uitzetting na behandeling zou veroorzaken. De vordering van de benadeelde partij werd deels toegewezen voor uitvaartkosten, maar voor het meer gevorderde deel werd de benadeelde niet ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
De redelijke termijn van negen maanden werd niet overschreden gelet op de complexiteit van de zaak en de ernst van het bewezen feit. De rechtbank hield rekening met persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn minderjarigheid en afhankelijke positie als asielzoeker.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 6 april 2004, na een terechtzitting op 23 maart 2004.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van doodslag en veroordeeld tot 18 maanden jeugddetentie voor subsidiaire doodslag en diefstal met aftrek van voorarrest.