ECLI:NL:RBZWO:2003:AO5927

Rechtbank Zwolle

Datum uitspraak
6 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/966 R
Instantie
Rechtbank Zwolle
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • van R
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 Verordening 1346/2000Artikel 285 lid 2 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken geldige verblijfstitel

Verzoeker D. S. heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling omdat hij is opgehouden met betalen en niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Hoewel hij geen geldige verblijfstitel heeft, is hij gehuwd met zijn partner in Nederland en verzorgt hij mede de minderjarige kinderen uit dat gezin. Hij heeft sinds 1998 een procedure lopen om een geldige verblijfstitel te verkrijgen.

De schulden zijn oorspronkelijk aangegaan door zijn partner, maar verzoeker is schuldenaar geworden door het huwelijk in gemeenschap van goederen. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een geldige verblijfstitel geen zelfstandige grond is voor weigering van schuldsanering. Alleen als gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt, kan dit leiden tot weigering.

Gezien de verbondenheid van verzoeker met Nederland, zijn concrete pogingen om een verblijfstitel te verkrijgen en het feit dat hij zijn schulden niet te kwader trouw heeft verkregen, wordt het verzoek toegewezen. Het feit dat hij momenteel niet mag werken en niet is toegelaten tot de ziekenfondsverzekering doet hier niet aan af. De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder en stelt voorwaarden voor de procedure.

Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks ontbreken geldige verblijfstitel.

Uitspraak

Rechtbank Zwolle
D. S wonende te A ,
verzoeker,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 6 januari 2003.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.
Verzoeker beschikt weliswaar niet over een geldige verblijfstitel, maar is naar Nederland gekomen vanwege het feit dat zijn partner hier woonachtig is. Inmiddels is verzoeker in Nederland met zijn partner gehuwd in algemene gemeenschap van goederen en heeft hij sinds 1998 een procedure in gang gezet om een geldige verblijfstitel te verwerven. Voorts heeft verzoeker hier te lande reeds circa 5 jaren mede de zorg voor de minderjarige kinderen van zijn partner welke in zijn gezin wonen. Ten slotte is de man geregistreerd in de administratie van de belastingdienst hetgeen volgt uit de omstandigheid dat hij een sofi-nummer toegewezen kreeg, alsmede dat hij heffingskorting heeft gekregen.
De schulden waarvan sanering wordt verzocht zijn van oorsprong aangegaan door de partner van verzoeker. Verzoeker is schuldenaar geworden doordat hij in gemeenschap van goederen met de vrouw gehuwd is.
De wet kent het ontbreken van een geldige verblijfstitel niet als zelfstandige grond voor weigering van schuldsanering. Derhalve dient het ontbreken van een zodanige titel slechts dan tot weigering van de schuldsanering te leiden, indien gegronde vrees bestaat dat verzoeker de verplichtingen verbonden aan de schuldsaneringsregeling welke in redelijkheid van hem gevergd kunnen worden niet zal nakomen. De verbondenheid van verzoeker aan de Nederlandse rechtssfeer en samenleving, alsmede de omstandigheid dat verzoeker concreet en vasthoudend uitvoering heeft gegeven aan de wens een geldige verblijfstitel te verkrijgen, alsmede de omstandigheid dat hij zijn schulden niet te kwader trouw heeft verkregen brengen met zich mee dat het verzoek, onder deze bijzondere omstandigheden, dient te worden toegewezen.
Daaraan doet niet af dat verzoeker (voor als nog) niet mag werken en niet wordt toegelaten tot de ziekenfondsverzekering. Deze situatie zal van tijdelijke aard zijn dan wel - ingeval van definitieve afwijzing van de verblijfstitel - zich vertalen in het vertrek van verzoeker uit Nederland in welk geval een nieuwe situatie ontstaat welke in voorkomend geval zou kunnen leiden tot tussentijdse beëindiging. Bovendien levert het hier gesignaleerde beletsel een juridische onmogelijkheid voor de man op te voldoen aan de verplichtingen van de schuldsanering, welke zich onder de hiervoor gegeven bijzondere omstandigheden, in de bedoeling van de wetgever niet behoort te vertalen in een afwijzing van het verzoek.
Overwegende, dat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 3 van Pro Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd is deze insolventieprocedure te openen, nu na haar oordeel het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland is gelegen.
BESLISSING
De rechtbank:
_ spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
D. S.
geboren op te
wonende te
_ benoemt tot rechter-commissaris mr. S
en tot bewindvoerder dhr. van der B ,
postbus Almere;
_ bepaalt dat de in artikel 285 lid 2 Fw Pro genoemde stukken, voorzover van toepassing en niet reeds overgelegd, binnen 6 weken te rekenen vanaf de dag van deze uitspraak ter faillissementsgriffie worden ingediend;
_ kent bij toereikend actief aan de bewindvoerder een voorschot op het salaris toe van 15,50 euro per maand, excl. BTW, te verhogen met de indexering overeenkomstig het Besluit salaris bewindvoerder schuldsanering;
_ geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Gewezen door mr. van R , lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare
terechtzitting van 6 januari 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.