ECLI:NL:RBZWO:2003:AK4389
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing van openlijke oproeping schuldeisers bij beneficiaire aanvaarding nalatenschap
Mevrouw verzoekster 1 en mevrouw verzoekster 2, als enige erfgenamen die de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, verzochten de kantonrechter om een termijn vast te stellen voor het indienen van vorderingen door schuldeisers van de nalatenschap van hun moeder.
De nalatenschap vertoonde een voorlopig negatief saldo met baten van €356,57 en schulden van €5.292,14. De kantonrechter oordeelde dat de kosten van openlijke oproeping en het ter griffie neerleggen van stukken niet in verhouding stonden tot het belang van de bekende en eventuele onbekende schuldeisers.
Daarom werd ontheffing verleend van de verplichtingen tot openlijke oproeping van schuldeisers en het ter inzage leggen van lijsten van vorderingen, maar de erfgenamen moesten wel de bekende schuldeisers per brief oproepen en een termijn stellen voor het indienen van vorderingen.
De kantonrechter bepaalde dat de oproeping uiterlijk 22 september 2003 moest plaatsvinden en dat vorderingen tot uiterlijk 6 oktober 2003 konden worden ingediend. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Ontheffing verleend van openlijke oproeping schuldeisers; schriftelijke oproeping met termijn gesteld.