ECLI:NL:RBZWO:2003:AH9102
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onwerkbare arbeidsrelatie door weigering samenwerking
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een assistent groepsbegeleidster bij een zorginstelling, wegens een onwerkbare arbeidsrelatie met haar leidinggevende. De werkgever stelt dat de werknemer weigert op constructieve wijze samen te werken en zich niet laat aanspreken op haar negatieve houding, wat het vertrouwen heeft doen verdwijnen.
De werknemer betwist de verwijten en stelt dat zij positieve waardering kreeg en dat de actie van de werkgever onbesuisd was. Zij ontkent de weigering tot samenwerking en wijst op onduidelijkheid van de leidinggevende. Zij is niet bereid tot een gesprek onder vier ogen, maar hoopt op toekomstige samenwerking.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer willens en wetens gesprekken met de leidinggevende heeft vermeden, ondanks eerdere waarschuwingen en pogingen tot overleg. Haar gedrag wordt als onconstructief en escalerend beoordeeld. De schorsing door de werkgever wordt niet onbillijk geacht. Gezien het ontbreken van een vergelijk en de onwerkbaarheid van de relatie wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Een vergoeding wordt niet toegekend omdat de situatie aan de werknemer te wijten is.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens onwerkbare arbeidsrelatie met ingang van 16 juni 2003.