ECLI:NL:RBZWO:2003:AH8734
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.A.M. Heeregrave
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor hennepkwekerij ondanks onrechtmatige binnentreding
De rechtbank Zwolle behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op hennepkwekerijen, zoals strafbaar gesteld in artikel 310 Sr Pro en artikel 11 Opiumwet Pro. De zaak kende een langdurige procedure met meerdere zittingen tussen 2001 en 2003.
De politierechter oordeelde dat de machtiging tot binnentreden niet aan de wettelijke eisen voldeed, omdat de hulpofficier van justitie zichzelf had gemachtigd zonder dat sprake was van een bijzonder geval. Dit maakte de binnentreding onrechtmatig. Desondanks leidde deze onrechtmatigheid niet tot bewijsuitsluiting, omdat de betrouwbaarheid van het aangetroffen bewijsmateriaal niet in twijfel werd getrokken.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het telen van hennep. De verdediging voerde verweren tegen het gebruik van thermische opnamen en de machtiging tot binnentreden, maar deze werden verworpen. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden legde de politierechter een taakstraf op van 80 uur werkstraf, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar waarin de straf niet wordt uitgevoerd tenzij opnieuw een strafbaar feit wordt gepleegd.
De rechtbank hield rekening met de lange duur van de procedure en de onrechtmatigheid van de binnentreding bij de strafoplegging, maar verwierp het verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur werkstraf subsidiair 40 dagen hechtenis met proeftijd van twee jaar.