ECLI:NL:RBZWO:2003:AF8081
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging en ontheffing inzake nalatenschap en vereffening
De erven van een overleden vrouw, die haar nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, verzoeken de kantonrechter om machtiging om het onverdeelde aandeel in een registergoed aan een derde over te dragen. De rechtbank oordeelt dat krachtens artikel 4:195 BW Pro de erven gezamenlijk vereffenaar zijn en bevoegd zijn zonder machtiging te beschikken over de nalatenschapsgoederen. Daarom worden zij niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek om machtiging.
Daarnaast verzoeken de erven ontheffing van de verplichting om de boedelbeschrijving ter inzage te leggen. De rechtbank wijst dit af omdat de nalatenschap negatief is en niet aannemelijk is dat de schulden prompte voldoening zullen vinden, ondanks toezeggingen van de derde partij om schulden te verrekenen en vrijwaring te geven.
Tot slot wordt het verzoek tot opheffing van de vereffening aangehouden tot uiterlijk vier maanden na datum uitspraak, of eerder indien de boedelnotaris namens de erven een beslissing inroept. De kantonrechter neemt kennis van het negatieve saldo van de nalatenschap zonder waarschuwing te verbinden, aangezien de erven gezamenlijk vereffenaar zijn en worden bijgestaan door een boedelnotaris.
Uitkomst: Verzoek om machtiging afgewezen, ontheffing inzage boedelbeschrijving geweigerd, verzoek tot opheffing vereffening aangehouden.