ECLI:NL:RBZWO:2003:AF6423
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F. de Vries
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden met toekenning kantonrechtersformulevergoeding
De werknemer trad in juni 2000 in dienst als inkoper bij de verzoekster, een onderneming die vanaf 2002 een reorganisatie doorvoerde vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. De verzoekster vroeg toestemming aan het CWI om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, maar deze werd onthouden omdat onvoldoende duidelijk was dat de arbeidsplaats van de werknemer daadwerkelijk zou vervallen.
De verzoekster stelde dat door een reductie van het assortiment en wijziging van werkwijzen de werkzaamheden van de inkoper aanzienlijk zouden afnemen, waardoor de functie zou komen te vervallen. De werknemer betwistte dit en stelde dat de werkzaamheden niet zo sterk zouden verminderen en dat hij ook andere functies zou kunnen vervullen.
De kantonrechter oordeelde dat de verzoekster aannemelijk had gemaakt dat de functie van de werknemer zou vervallen door de reorganisatie en dat de werknemer onvoldoende had weerlegd dat zijn werkzaamheden substantieel zouden afnemen. De vergelijking met een collega die deels andere taken verrichtte, was niet doorslaggevend. Ook werd vastgesteld dat andere functies niet uitwisselbaar waren met die van inkoper.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 31 maart 2003. De kantonrechter kende de werknemer een vergoeding toe van €11.235 bruto, conform de kantonrechtersformule, omdat het sociaal plan van de verzoekster niet met een vakbond was overeengekomen en dus onvoldoende basis bood voor een lagere vergoeding. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van een bruto vergoeding van €11.235 aan de werknemer.