ECLI:NL:RBZWO:2003:AF6180
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Miltenburg
- A. M. Koene
- M. Moussault
- Rechtspraak.nl
Ontheffing vader van het ouderlijk gezag over minderjarige in belang van continuïteit pleeggezin
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de vader te ontheffen van het ouderlijk gezag over zijn minderjarige dochter, die in een pleeggezin verblijft. De vader verzette zich tegen dit verzoek, omdat hij het belang van gezinshereniging benadrukte en onvoldoende geïnformeerd was over de situatie van zijn dochter.
De rechtbank nam kennis van het rapport van de Raad en de standpunten van partijen. Uit het onderzoek bleek dat de minderjarige goed gehecht is aan het pleeggezin en dat terugplaatsing bij de vader niet in haar belang is. De vader kon niet accepteren dat zijn dochter elders opgroeit en bleef vechten voor haar terugkeer, wat onzekerheid en verstoring van het hechtingsproces zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en een ongestoord hechtingsproces zwaarder weegt dan het recht van de vader op gezag en hereniging. Op grond van artikel 1:266 en Pro 1:268 BW werd de vader ontheven van het gezag en werd de gezinsvoogdij-instelling belast met de voogdij. De gezinsvoogdij-instelling blijft verplicht de vader te informeren en een omgangsregeling te faciliteren.
Uitkomst: De vader wordt ontheven van het gezag over zijn dochter en de gezinsvoogdij-instelling wordt belast met de voogdij.