ECLI:NL:RBZWO:2003:AF6138
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na pensioen met toekenning billijke vergoeding wegens slecht werkgeverschap
Verweerster, sinds 1988 particulier secretaris van de prinses en haar echtgenoot, trad na haar pensioen op 2 september 2001 opnieuw in dienst met een arbeidsovereenkomst die uiterlijk bij haar zeventigste verjaardag zou eindigen. In 2002 werd zij gevraagd een opvolgster te zoeken, wat zij deed, maar zij uitte later bezwaren tegen een snelle beëindiging van haar dienstverband zonder passende regeling.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was met een uiterste einddatum bij het zeventigste levensjaar, maar dat tussentijdse ontbinding mogelijk is bij zwaarwegende gronden. De snelle opvolging en beëindiging vormden zo'n grond, maar verzoeker handelde niet als goed werkgever door verweerster onvoldoende te informeren en te betrekken.
De kantonrechter wijst de ontbinding per 1 april 2003 toe en kent een billijke vergoeding van €45.000 toe vanwege het verwijtbaar handelen van verzoeker. Verzoeker krijgt gelegenheid het verzoek in te trekken. De proceskosten worden in principe door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2003 met toekenning van een billijke vergoeding van €45.000 aan verweerster wegens onvoldoende goed werkgeverschap.