ECLI:NL:RBZWO:2002:AF5346
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Szauer-Bos
- J.H.M. Hesseling
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wachtgeldambtenaar in strijd met toezegging en rechtszekerheid
Eiser, een voormalig burgerambtenaar, kreeg op 7 september 1995 eervol ontslag met recht op wachtgeld conform de UBM-O regeling, waarbij hem schriftelijk en mondeling was toegezegd dat hij tot zijn pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar wachtgeld zou ontvangen tegen 80% van zijn laatstgenoten bezoldiging.
Verweerder beëindigde het wachtgeld per 1 juni 2001 op grond van het Tijdelijk besluit uitstroombevorderende maatregel Defensie, omdat eiser aanspraak maakte op een VUT-uitkering. Eiser betwistte dit en stelde dat hij niet verplicht was gebruik te maken van de VUT-regeling en dat de toezeggingen van het bevoegd gezag hem een gerechtvaardigde verwachting boden.
De rechtbank oordeelde dat de toezeggingen schriftelijk en ondubbelzinnig waren en dat toepassing van het Koninklijk Besluit in dit geval een onaanvaardbare inbreuk op het rechtszekerheidsbeginsel vormt. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd bevolen het wachtgeld tot 1 juni 2005 te betalen tegen 80% van de laatstgenoten bezoldiging. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het wachtgeld wordt vernietigd en eiser krijgt recht op wachtgeld tot 1 juni 2005 tegen 80% van zijn laatstgenoten bezoldiging.