ECLI:NL:RBZWO:2002:AF3108
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- J.J. Szauer-Bos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij herleving nabestaandenuitkering na beëindiging wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster, die sinds 1 juli 1994 een nabestaandenuitkering ontving, kreeg deze per 1 augustus 1998 beëindigd vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beëindiging en vroeg om herleving van de uitkering. Verweerder wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
Na een nieuwe aanvraag en een bezoekrapport bleek dat verzoekster een meerpersoonshuishouding voert met haar zoon en diens vriendin. Verweerder stelde dat de zoon buiten beschouwing moest blijven vanwege bloedverwantschap, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat sprake is van een meerpersoonshuishouding, waardoor het besluit op onjuiste gronden is genomen.
De voorzieningenrechter besloot daarom een voorlopige voorziening toe te wijzen, waarbij voorschotten op de uitkering worden betaald vanaf de datum van het verzoek, totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en gemaakte kosten door verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en voorschotten op de nabestaandenuitkering worden betaald totdat op het bezwaar is beslist.