ECLI:NL:RBZWO:2002:AE7087
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tegemoetkoming vervoerskosten WVG niet in strijd met eigendomsrecht EVRM
Eiser, die vanwege zijn handicap een vervoerskostenvergoeding ontving, kreeg deze vergoeding gehalveerd en uiteindelijk beëindigd op grond van een nieuw beleid met het primaat van de Stadstaxi. Eiser stelde dat dit in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat de vergoeding als eigendom zou moeten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de tegemoetkoming geen eigendom is in de zin van het EVRM, omdat het een voorziening betreft ter dekking van vervoerskosten en geen vrij besteedbaar inkomen zoals verzekeringsuitkeringen. Daarnaast werd overwogen dat, mocht het toch eigendom zijn, er geen sprake is van ontneming omdat de voorziening in een andere vorm wordt voortgezet.
De rechtbank vond dat het primaat van de Stadstaxi binnen de wettelijke kaders valt en dat het besluit voldoet aan de vereisten van fair balance en proportionaliteit. Ook de overgangsregeling en de toepassing van de Verordening waren correct. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van de vervoerskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.