ECLI:NL:RBZWO:2002:AE2669
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag met toepassing van onvoorwaardelijke gevangenisstraf
Op 16 mei 2002 heeft de rechtbank Zwolle verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar wegens doodslag. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met opzet en excessief geweld het slachtoffer heeft gedood. Het beroep op noodweerexces werd verworpen omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
Tijdens de terechtzitting op 2 mei 2002 werd vastgesteld dat het slachtoffer de verdachte had betast terwijl deze stond te urineren, maar dit rechtvaardigde volgens de rechtbank geen noodweersituatie. De verklaringen van verdachte zelf en het aanwezige bewijs ondersteunden dit oordeel.
De rechtbank nam ook een multidisciplinair rapport in overweging waaruit bleek dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is door een persoonlijkheidsstoornis, maar het recidivegevaar werd als onvoldoende geacht voor een terbeschikkingstelling. Daarom werd volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 5.735,19 aan de nabestaanden, met een maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf voor doodslag met toewijzing van schadevergoeding aan nabestaanden.