ECLI:NL:RBZWO:2001:AD8341
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige mandaatverlening bij vrijstellingsbesluit Wet op de Ruimtelijke Ordening
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg waarbij vrijstelling werd verleend van het bestemmingsplan voor het bouwen van een bedrijfswoning. De gemeenteraad had de vrijstellingsbevoegdheid op grond van artikel 19, eerste lid, WRO gedelegeerd aan het college, dat deze bevoegdheid vervolgens zonder voorbehoud mandateerde aan het hoofd van de afdeling Bouwen en Milieu.
De president van de rechtbank oordeelt dat de aard van de vrijstellingsbevoegdheid zich verzet tegen mandaatverlening aan een ambtenaar, omdat het een inhoudelijke beoordeling betreft met ingrijpende ruimtelijke consequenties die normaliter door de gemeenteraad of het college zelf genomen dient te worden. De mandaatverlening is daarmee in strijd met artikel 10:3, eerste lid, Awb.
Het besluit tot vrijstelling is daarom onbevoegd genomen en zal naar voorlopig oordeel in de bodemprocedure geen stand houden. De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat de gemeente het griffierecht aan verzoeker vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling van het bestemmingsplan is geschorst wegens onrechtmatige mandaatverlening.