ECLI:NL:RBZWO:2001:AD3436
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen tijdelijke sluiting seksinrichting wegens verblijf en arbeid Oost-Europese prostituees
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Deventer om een seksinrichting tijdelijk te sluiten wegens overtreding van artikel 3.2.5.b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit artikel verplicht exploitanten maatregelen te nemen om te voorkomen dat personen zonder geldige verblijfs- en tewerkstellingsvergunning prostitutiewerkzaamheden verrichten.
Rechercheurs troffen in de inrichting Oost-Europese vrouwen aan die als prostituee werkzaam waren en een vergunning tot verblijf (vtv) als zelfstandige hadden aangevraagd maar nog niet hadden ontvangen. De burgemeester stelde dat zij niet mochten werken zolang de aanvraag niet was beslist, en legde bestuursdwang op in de vorm van tijdelijke sluiting.
De rechtbank oordeelt dat de motivering van het bestuursorgaan onvoldoende is om aan te nemen dat de prostituees in strijd met de wet hebben gehandeld. De enkele verwijzing naar beleidsstukken (Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire) is onvoldoende als grondslag voor bestuursdwang. Ook is onvoldoende onderbouwd dat het verrichten van werkzaamheden in afwachting van een beslissing op een vtv-aanvraag strijdig is met de Vreemdelingenwet of Wet arbeid vreemdelingen.
De rechtbank wijst de verzoeken om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit tot tijdelijke sluiting tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens worden de kosten van de procedure aan de gemeente Deventer opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij bestuursdwang en de complexiteit van verblijfs- en arbeidsrechtelijke status van prostituees uit associatielanden.
Uitkomst: De rechtbank schorst het besluit tot tijdelijke sluiting van de seksinrichting wegens onvoldoende motivering en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.