ECLI:NL:RBZWO:2000:AA9676
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over uitbetaling WAO-uitkering wegens te late ziektemelding
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (verweerder) over de uitbetaling van een WAO-uitkering aan een werkneemster. Verweerder had besloten de WAO-uitkering pas met ingang van 13 september 1998 uit te betalen, omdat de ziektemelding door de werkgever 286 dagen te laat zou zijn gedaan, waardoor de loondoorbetalingsperiode verlengd werd.
De werkgever werd door verweerder als belanghebbende aangemerkt vanwege het uitstel van de verhoging van de te betalen WAO-premie. De rechtbank oordeelt dat de werkgever een rechtstreeks belang heeft bij het besluit, mede op grond van de wettelijke verplichting tot ziekmelding volgens de Ziektewet. Verweerder had echter een onjuiste rechtsopvatting door te stellen dat de werkgever slechts een afgeleid belang had en daardoor geen belangenafweging kon plaatsvinden.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit van 19 maart 1999 niet-ontvankelijk wegens intrekking, maar verklaart het beroep tegen het besluit van 10 augustus 1999 gegrond. Het besluit wordt vernietigd wegens een gebrekkige motivering en de onjuiste toepassing van artikel 3:4 Awb Pro. Verweerder moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de juiste belangenafweging. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit van 10 augustus 1999 wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.