ECLI:NL:RBZWO:2000:AA8962
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkrachttoepassing bij bijzondere bijstand en artikel 13 AAW-verhoging
Eisers verzochten bijzondere bijstand voor diverse extra kosten over 1998, welke door verweerder deels werden afgewezen met het argument dat eisers voldoende middelen hadden. Het geschil betrof de vraag of de verhoging van de uitkering op grond van artikel 13 van Pro de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) bij de draagkrachtberekening moest worden betrokken.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever in artikel 43, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) een limitatieve opsomming van uitzonderingen op de middelenregeling heeft gegeven, waarin de artikel 13 AAW Pro-verhoging niet is opgenomen. Hoewel mogelijk sprake is van een omissie, achtte de rechtbank zich niet bevoegd deze op te heffen.
Verweerder had uit overwegingen van redelijkheid slechts 50% van de verhoging meegenomen bij de draagkracht. Eisers voerden aan dat de verhoging specifiek bestemd is voor extra kosten van thuiszorg en daarom niet als inkomen mag worden meegeteld. De rechtbank verwierp dit standpunt, mede gelet op de memorie van toelichting en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank concludeerde dat alle middelen in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling van draagkracht, tenzij expliciet uitgesloten door de wet. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de verhoging op grond van artikel 13 AAW wordt meegenomen bij de draagkrachtberekening.