Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 4 februari 2026;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 4 februari 2026;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 4 februari 2026;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.Beslissing
een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
[slachtoffer 4]van
€ 152,-aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
1 dag gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 6]van
€ 543,98aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 31 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
5 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 10]van
€ 1.092,-aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
10 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 11]van
€ 78,50aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
1 dag gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 13]van
€ 190,-aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
1 dag gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 14]van
€ 150,-aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 3 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
1 dag gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 15]van
€ 1.000,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 27 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
10 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 1 maand.